Contact Links

Oefeningen

Oefening A


Oefening A; Dummy ophalen.
Brevet A oefening op 30 meter.
 In de boot, 1 roeier en 1 begeleider (eigenaar).
 Waarvan de roeier het reddingsvest en de begeleider
het zwemvestaan hebben.
 Hond heeft zijn waterwerktuig aan.
 Op teken van baancommisaris mag de hond starten.
 De hond heeft 60 seconden de tijd om de startlijn te
passeren. Zo niet geldt dit als weigering.
 De hond zwemt naar de boot, de begeleider maakt de
lijn los van de hond en gooit deze duidelijk weg (met
een zwaaiende beweging)
De hond krijgt gelijk de dummie.
 De hond zwemt naar de boot, de begeleider
(eigenaar) geeft de dummy aan de hond in zijn of haar
bek.
 De hond brengt de dummy naar de oever.
Tijd stopt bij het passeren van de startlijn.
 Wanneer de oefening niet goed wordt uitgevoerd is dit
Een weigering.
 Vissen naar de hond mag niet, alleen roepen.
(dit is een weigering).
 Alleen bij brevet A mag de hond 1 kleine fout maken
( zie bijlage 2 ).
 Weigering is de volle tijd 5 minuten = 300 punten.
 Er is geen mogelijkheid tot herkansing tenzij de
Baancommisaris anders beslist.

Oefening B


Oefening B: Pop halen.
De hond is voorzien van het voorgeschreven tuig.
De hond zwemt op commando van de ringcommissaris naar de baas, welke zich in de boot bij de boei op het water bevindt.
Aldaar geeft de baas de pop aan de hond.
Vervolgens geeft de baas opdracht aan de hond deze (de pop) naar de wal te brengen.
De tijd vanaf het passeren van de startlijn tot het weer passeren met de dummy/pop is maatgevend.
De afstand van de startlijn tot de boei bedraagt voor de honden tot18 maanden 30 meter en voor volwassen honden 50 meter.
* Goed kijken naar de hond. Bij
vermoeidheidstekenen reageren en
kortere afstand houden.
* Met één hand de pop aangeven, met de
andere hand het zwemtuig vastpakken.
* De pop goed aangeven. De hond moet als
het ware "in de arm" zwemmen.
* Bij honden die niet veel ervaring hebben of
ouder zijn, de boot in beweging zetten
dmv 1 of 2 slagen roeien.
* Bij het loslaten van de pop, nog een keer
aangeven. Niet te lang proberen, dan maar
zonder pop terug.
* Bij weigeren van de pop pakken kan men
ook de hond bij het nekvel pakken, zodat
deze toch het gevoel heeft iets te trekken.

Oefening C


Oefening C: Uit de boot springen.
De hond is voorzien van het voorgeschreven tuig.
De hond gaat met een begeleider - zijnde niet de baas - in de boot.
Op een afstand van ca. 30 meter uit de kant wordt door de begeleider een dummy naast de boot geworpen.
Vervolgens krijgt de hond het commando de dummy naar de kant te brengen.
De hond moet nu uit eigen beweging uit de boot springen en de dummy naar de kant brengen.
* De afstand kan ook korter, maar let goed op de
waterdiepte!
* Soms is het nodig om de hond iets aan te
moedigen. Soms een handje helpen.
* Op den duur moet de hond uit eigen beweging
na het commando uit de boot springen

Oefening D


Oefening D; Boot ophalen.
Deze oefening op 50 meter.
 In de boot, 1 roeier en 1 begeleider (eigenaar).
 De roeier heeft het reddingsvest en de begeleider
(eigenaar) het zwemvest aan.
 Hond in waterwerktuig waaraan de reddingslijn is
vastgemaakt.
 Op teken van baancommisaris mag de hond
starten.
 De hond heeft 60 seconden de tijd om de startlijn te
passeren. Zo niet geldt dit als weigering.
 De hond zwemt naar de boot, de begeleider maakt
de lijn los (snelsluiter) en gooit deze duidelijk
(met een zwaaiende beweging) weg van de hond
Welke gelijk de dummy krijgt, deze is met een lijn
aan de boot bevestigd.
 De hond brengt de boot naar de oever.
Tijd stopt bij het passeren van de startlijn.
 Wanneer de oefening niet goed wordt uitgevoerd is
Dit een weigering.
 Vissen naar de hond mag niet, alleen roepen.
(dit is een weigering)
 Weigering is de volle tijd 5 minuten = 300 punten.
 Er is geen mogelijkheid tot herkansing tenzij de
baancommisaris anders beslist

Oefening E


Oefening E; Drenkeling ophalen.
Oefening op 30 meter, boei op 50 meter.
 In de boot, 1 roeier en 1 begeleider en 1 drenkeling
(wed/drysuit). Alle zijnde niet de eigenaar van de
desbetreffende hond.
 Hond in tuig.
 Boot vaart/roeit richting de boei, op ongeveer 30
meter punt laat de drenkeling zich uit de boot vallen
en roept om hulp, Deze mag ook de naam van de
hond erbij gebruiken.
 Boot vaart/roeit tot de 50 meter boei door.
 Op het moment dat de drenkeling te water gaat mag
de hond starten.
 De hond heeft dan 60 seconden de tijd om de startlijn
te passeren. Zo niet geldt dit als weigering.
 Hond zwemt naar de drenkeling, aangekomen mag de
Hond de drenkeling vast pakken of de drenkeling pakt
de hond vast aan zijn tuig en de hond brengt deze
naar de oever.
 Uit eigen bescherming mag de drekeling gebruik
maken van een Dummy.
 Wanneer de oefening niet goed wordt uitgeoefend is
dit een weigering.
 Voor de oefening op zich is er geen tijd aan
verbonden.
 Bij een een weigering geen brevet.
 Er is geen mogelijkheid tot herkansing tenzij de
baancommisaris anders beslist.